Ga naar inhoud

Tutorials

Een tutorial brengt je van niets naar een werkend resultaat. Je volgt genummerde stappen, ziet bij elke stap wat je terugkrijgt en leest in een of twee zinnen waarom je het zo doet. Elke tutorial gebruikt meerdere bouwstenen van Core tegelijk en verwijst voor de details naar de pagina's onder Core begrijpen, Bouwen en Beheren.

De zeven tutorials volgen één geval. Je bent partner en bouwt een supportassistent voor je klant Noordwind, een handelsbedrijf: een agent die vragen beantwoordt uit het handboek van Noordwind en een ticket aanmaakt als dat nodig is. Daarna geef je Noordwind een eigen organisatie en maak je van de assistent een oplossing die je bij elke klant kunt installeren.

De tutorials

Tutorial Wat je bouwt
1 Bouw je eerste agent een agent met een model en een instructie, in twee versies
2 Geef een agent kennis uit eigen bedrijfsinformatie een collectie, een index en een zoektool, zodat de agent antwoordt uit het handboek
3 Laat een agent een actie uitvoeren met een tool een API-koppeling waarmee de agent een ticket aanmaakt
4 Koppel een externe capability via MCP een MCP-server waarvan je de tools aan een agent geeft
5 Bouw een agent die knowledge én tools combineert één agent die zoekt en handelt, met een toolset en waar het past een kennisgraaf
6 Richt een nieuwe klantorganisatie in een organisatie voor je klant, met beheerder, sleutel en maandlimiet
7 Bouw als partner één oplossing die je bij meerdere klantorganisaties kunt gebruiken een publicatie die je bij elke klant installeert en bijwerkt

De volgorde

Tutorial 1, 2, 3 en 5 bouwen op elkaar voort: volg ze in die volgorde. Tutorial 4 staat los en kun je op elk moment doen. Tutorial 6 staat ook los. Tutorial 7 publiceert wat je in tutorial 5 hebt gebouwd naar de organisatie uit tutorial 6.

Wil je eerst weten hoe de bouwstenen samenhangen, lees dan Het model van Core. Dat is niet nodig om te beginnen. Bouw je een eigen product met Core eronder, dan zet Een platform bouwen op Core de keuzes op een rij die deze tutorials stap voor stap maken.

Wat je nodig hebt

  • Een organisatie. Je operator, Artific, maakt je eigen organisatie voor je aan. In tutorial 1 tot en met 5 bouw je daarin.
  • Een API-sleutel van die organisatie, met de capabilities die een tutorial noemt:

    Tutorial Capabilities op je sleutel
    1 agents
    2 agents, knowledge
    3 agents, tooling
    4 tooling, en agents voor de laatste stap
    5 agents, knowledge, tooling

    Elke capability moet ook aanstaan in het plafond van je organisatie (Sleutels, capabilities en policy). GET /key laat zien wat je sleutel heeft.

  • CORE_URL en CORE_KEY als omgevingsvariabelen, zoals Je eerste aanroep ze instelt. Elk voorbeeld met curl gebruikt ze.

  • Een model-id dat je sleutel mag aanroepen. Tutorial 1 laat zien hoe je er een opvraagt.
  • Voor tutorial 3 en 4: een host die Core mag bereiken. Die staat een beheerder van je organisatie toe in de console, of een sleutel met de capability management via de API.
  • Voor tutorial 6 en 7: een account waarmee je je eigen organisatie beheert in de console (De console gebruiken).
  • Voor de controles met een trace (tutorial 2 tot en met 5): de opslag van traces moet aanstaan voor je installatie en je organisatie (Een trace lezen).

De voorbeelden gebruiken het domein example.com voor systemen buiten Core. Vervang die adressen door die van je eigen systemen.

Als iets 404 antwoordt

De meeste eerste problemen zijn een capability die uitstaat. Core antwoordt dan 404, hetzelfde antwoord als voor een pad dat niet bestaat. Controleer GET /key en lees Een 404 oplossen. Elke tutorial sluit af met de fouten die je bij die stappen het vaakst tegenkomt.