Ga naar inhoud

Capabilities

Capabilities maken functies beschikbaar, zoals gesprekken, tools en bestandsuploads. Een capability werkt alleen als hij op twee plekken aanstaat: in het plafond van de organisatie én op de sleutel. Hoe capabilities zich verhouden tot sleutels en policy staat in Sleutels, capabilities en policy.

De tabel geeft per capability de naam in de API, de schakelaar in de console, wat je ermee kunt en welke andere capability hij vereist. Een capability met een vereiste werkt alleen als die ook aanstaat, op beide plekken.

Capability In de console Wat je ermee kunt Vereist
threads Gesprekken bewaren en voortzetten gesprekken die langer leven dan één verzoek (Een gesprek voortzetten)
compaction Oudere berichten samenvatten in plaats van meesturen een lang gesprek samenvatten voordat het naar het model gaat (Gesprekken) threads
runs Achtergrondruns op een thread een beurt op de achtergrond uitvoeren en het resultaat later ophalen (Een beurt op de achtergrond draaien) threads
schedules Een beurt laten vuren op een moment dat je zelf zet een verzoek, een evaluatie of een workflow op een vast moment laten lopen (Planningen via de API) runs
workflows Vastgelegde processen van agents, prompts en tools stap voor stap op de achtergrond laten uitvoeren een proces vastleggen als een graaf van stappen en het laten lopen (Workflows via de API, Workflows in de console) runs, threads
tasks Een beurt een agent op de achtergrond laten starten en het resultaat lezen als die klaar is een tool, een agent of een workflow op de achtergrond laten lopen terwijl het gesprek doorgaat (Een tool op de achtergrond draaien) runs, threads
tooling Tools en MCP-servers aanroepen het model je eigen endpoints, een MCP-server, je databases via SQL-koppelingen, een mailbox via een mailkoppeling, een ingebouwde tool, een subagent of je eigen functies laten aanroepen (Tools via de API), en veel tools aanbieden via de toolrouter
computer Een beurt een afgeschermde computer geven om opdrachten in uit te voeren, met bestanden erin en als artefacten eruit een beurt code laten uitvoeren op een eigen computer (Computers via de API), en de scripts van je organisatie draaien tooling
files Bestanden uploaden en meesturen bytes uploaden die een beurt kan lezen (Bestanden en artefacten via de API)
artifacts Door het model gemaakte artefacten bewaren bewaren en downloaden wat een tool maakte files
skills Skills registreren en gebruiken ingepakte instructies die je aan het model aanbiedt (Skills via de API)
prompts Prompts met versies beheren opgeslagen instructiesjablonen met versies (Prompts via de API)
agents Agents bewaren die een aanroep bij naam noemt modelinstellingen en instructies bewaren als een agent met versies (Agents via de API)
evaluations Een agent meten langs een bewaarde suite agents testen met vaste scenario's en controles (Evaluaties via de API), en de slagingspercentages van de live checks van een agent lezen (Live checks via de API) agents
knowledge Kennisbronnen indexeren en doorzoeken je eigen documenten, doorzoekbaar vanuit een beurt (Kennis via de API)
memory Geheugen per gebruiker feiten die tussen aanroepen blijven staan (Geheugen via de API) knowledge
datastores Eigen datastores bijhouden: JSON-records met een sleutel, een optioneel schema en onderlinge verwijzingen eigen JSON-records bijhouden die een agent leest en schrijft (Datastores)
pseudonymisation Persoonsgegevens vervangen voordat het model ze ziet persoonsgegevens vervangen voordat het model ze ziet (Persoonsgegevens verbergen voor het model)
trust_envelope Het model vertellen welke tekst gegevens zijn: de inleiding van Core en <untrusted> om alles wat niet te vertrouwen is. Uit: het model leest alles als gewone tekst het model vertellen welke tekst die het leest gegevens zijn (Tools via de API)
subjects Een persoon een token geven dat tot diens eigen gegevens beperkt is, en één persoon wissen tokens voor een persoon uitgeven en diens gegevens opvragen of wissen (Bouwen voor personen)
assist Een stuk configuratie laten schrijven vanuit een omschrijving, zoals een JSON Schema een stuk configuratie laten schrijven uit een omschrijving, zoals een JSON Schema of het schema van een kennisgraaf
improvements De verbeteranalyses van de organisatie lezen en de voorgestelde wijzigingen afhandelen de voorstellen van verbeteranalyses lezen, erover beslissen en ze toepassen (Verbeteringen via de API)
product_events De eigen gebeurtenissen van je product aan het auditspoor leveren de gebeurtenissen van een product dat op Core is gebouwd toevoegen aan het auditspoor van de organisatie (De eigen gebeurtenissen van je product leveren)
management Deze organisatie, haar sleutels en de organisaties eronder beheren de eigen organisatie en onderliggende organisaties beheren via de API (Organisaties beheren via de API)

Routes die een uitgeschakelde capability vereisen geven 404. Controleer de huidige instellingen met GET /key en vraag je beheerder om de benodigde capability in te schakelen.

Waar je een capability aanzet

  • Het plafond van een organisatie: Toegestane capabilities op Instellingen. Dat zet de beheerder van de organisatie erboven, en je operator als er niets boven hangt. Core controleert het plafond op het moment dat het wordt gezet; hoe dat werkt voor organisaties onder elkaar staat op dezelfde pagina.
  • Een sleutel: Capabilities op de pagina van de sleutel. Dat doet de beheerder van de organisatie zelf, binnen het plafond.