Grafen in de console¶
Het concept achter kennis staat in Kennis.
Een graaf bevat de entiteiten waar je documenten over gaan, zoals bedrijven, personen en producten, en de relaties daartussen. Een schema dat je zelf tekent bepaalt welke soorten er bestaan. Het segment Grafen van het onderdeel Kennis is waar je een graaf maakt, zijn schema bewerkt, feiten bekijkt en toevoegt, hem laat vullen uit je collecties en hem bevraagt.
Links staat de lijst met grafen, rechts de graaf die je koos. Zoek erboven om de lijst te versmallen, en kies de plus om er een te maken.
Je hebt een beheerdersaccount van de organisatie nodig, en de capability knowledge moet in het
plafond van de organisatie aanstaan. Hetzelfde doe je met een sleutel in
Grafen via de API.
Een graaf toevoegen¶
Kies de plus boven de lijst. De lade Graaf toevoegen vraagt:
| Veld | Wat je invult |
|---|---|
| Naam | uniek binnen de organisatie. Policy noemt de graaf bij deze naam, dus hij kan later niet meer wijzigen |
| Omschrijving | waar de graaf over gaat |
| Labels | de eigen indeling van je organisatie (hieronder) |
| Metadata | optioneel. Je eigen sleutels en waarden, die geen regel leest |
| Wie ziet welke feiten | Gedeeld of Per persoon |
Wie ziet welke feiten kan na het aanmaken niet meer worden gewijzigd:
- Gedeeld neemt alleen bronnen op die van niemand persoonlijk zijn; iedereen die de graaf leest, ziet alles erin. Dit staat voorgeselecteerd. Gebruik het voor kennis van de organisatie zelf, zoals een productcatalogus of een leveranciersregister.
- Per persoon neemt alle bronnen op; een persoon ziet een feit alleen als een van de bronnen erachter voor haar zichtbaar is. Gebruik het voor documenten die van personen zijn.
Na Toevoegen opent de graaf. Hij heeft dan nog geen schema, en tot er een schema is kan er niets in worden geschreven.
Het scherm van een graaf¶
Bovenaan staan de naam, de omschrijving, de zichtbaarheid en de knoppen Bevragen en Opnieuw uitlezen. De omschrijving bewerk je waar ze staat. Daaronder volgen, van boven naar beneden:
| Onderdeel | Wat je er doet |
|---|---|
| Labels | de graaf indelen voor policy |
| Metadata | je eigen sleutels en waarden, die geen regel leest |
| Tabbladen Schema, Entiteiten, Relaties | het schema tekenen, en de feiten bekijken en toevoegen |
| Collecties | kiezen uit welke collecties de graaf leest |
| Ingest-pipeline | het embedding-model en de stappen die een bron uitlezen tot feiten |
| Uitgelezen bronnen | de status per bron |
| Uitleesgeschiedenis | de runs waarin bronnen opnieuw zijn uitgelezen |
| Graaf verwijderen | de graaf met al zijn schema-versies en feiten verwijderen |
De omschrijving, de labels, de metadata, de collecties, het embedding-model en de pipelinekeuze sla je samen op: zodra er iets is gewijzigd verschijnt een balk met Opslaan. Het schema heeft een eigen knop, Schema opslaan.
Het schema tekenen¶
Het tabblad Schema is een canvas. Entiteitstypes zijn blokken, relatietypes de lijnen ertussen.
- Kies Entiteitstype toevoegen. Er verschijnt een blok.
- Klik het blok aan. Onder Details vul je de naam in, de Omschrijving van het type en de Eigenschappen.
- Sleep van het ene type naar het andere om een relatie te tekenen, en geef haar onder Details een naam en een omschrijving.
- Kies Schema opslaan.
| Veld onder Details | Wat je invult |
|---|---|
| Naam | waarmee relaties, sleutels en vragen dit type noemen, zoals Company of supplies |
| Omschrijving van het type | wat onder dit type valt. Een extractiemodel leest dit om te bepalen wat erbij hoort, dus wees precies |
| Eigenschappen | de eigenschappen die het type heeft, als JSON Schema |
| Identiteitssleutels | de eigenschappen die één entiteit van dit type identificeren, gekozen uit de eigenschappen. Zonder sleutels identificeert de genormaliseerde naam |
| Van (entiteitstypes), Naar (entiteitstypes) | bij een relatietype: tussen welke types de relatie mag lopen. Het canvas tekent een lijn per combinatie |
Type verwijderen haalt een type weg. Een relatietype dat daardoor geen begin of eind meer heeft, verdwijnt mee; het scherm zegt welke. Indeling herstellen zet de blokken opnieuw neer. Een schema heeft ten hoogste 50 entiteitstypes en 100 relatietypes.
Opslaan van een schema dat een type laat vallen waar de graaf nog feiten van bewaart, wordt geweigerd: het scherm toont elk zo'n type met het aantal feiten. Verwijder die feiten eerst.
Versies¶
Elke keer dat je een gewijzigd schema opslaat, ontstaat een nieuwe versie; de melding noemt het nummer. Was er niets veranderd, dan komt er geen nieuwe versie. Met de keuzelijst Schema-versie bekijk je een oudere versie. Een oude versie wijzig je niet ter plekke: Bewerken vanaf deze versie neemt haar als beginpunt voor een nieuwe.
Na een nieuwe versie zegt het scherm: wat al in de graaf staat is niet opnieuw gecontroleerd en er is niets opnieuw uitgelezen. De volgende keer dat bronnen worden gelezen, geldt de nieuwe versie. Wil je dat nu, kies dan Opnieuw uitlezen.
Een schema laten voorstellen¶
Schema voorstellen laat het hulpmodel van de organisatie een schema schrijven. Vul een omschrijving in, kies een Collectie als voorbeeld, of doe allebei. Bij een collectie gaan de meest recente bronnen die je mag lezen als gegevens naar het hulpmodel; Aantal bronnen is 1 tot en met 5, en elke bron wordt op 4.000 tekens afgekapt. Staan er al types op het canvas, dan past het voorstel die aan.
Voorstel maken toont het voorstel met een toelichting, het aantal types en de bronnen die het model zag. Laden op het canvas vervangt de tekening; er is niets opgeslagen tot je Schema opslaan kiest. Verwerpen laat het canvas zoals het was.
Welk model het hulpmodel is, stel je in op Instellingen.
Entiteiten en relaties¶
De tabbladen Entiteiten en Relaties tonen de feiten in de graaf. Filter op type, en zoek entiteiten op naam. De kolom Herkomst zegt waar een feit vandaan komt:
- Handmatig: iemand schreef het hier of via de API. Je kunt het bewerken en verwijderen.
- Uitgelezen: het komt uit een bron. Het is alleen-lezen, want bij de volgende keer dat de bronnen worden gelezen wordt het vervangen. Verbeter de bron, of voeg een handmatig feit toe.
Entiteit toevoegen vraagt een Type, een naam, Aliassen (andere namen, één per regel) en de eigenschappen die het schema voor dat type beschrijft. Relatie toevoegen vraagt een Relatietype en de entiteiten Van en Naar, die je op naam zoekt. Beide knoppen werken pas als er een schema is opgeslagen; voor een relatie moet het schema een relatietype hebben.
Open een feit om de eigenschappen te zien, tegen welke schema-versie het is gecontroleerd, en onder Herkomst de bronnen erachter. Een bron is een link naar haar collectie. Staat er Geen bronnen, dan is het feit met de hand geschreven of is de bron voor jou niet zichtbaar.
Een entiteit verwijderen verwijdert ook de relaties aan haar uiteinden. Een relatie verwijderen laat de twee entiteiten staan.
De graaf vullen uit collecties¶
Collecties¶
Vink onder Collecties de collecties aan waaruit de graaf leest. Onder een aangevinkte collectie staat Filter: sleutels en waarden die op de metadata van een bron moeten staan. Laat het filter leeg en de hele collectie wordt gelezen. Een gedeelde graaf leest geen bron die van een persoon is.
Ingest-pipeline¶
Onder Ingest-pipeline kies je twee dingen:
- Embedding-model: waarmee de namen van entiteiten worden ingebed, zodat een zoekopdracht ze ook op betekenis vindt. Leeg is de standaard van de installatie.
- De pipeline: een ingebouwd graaf-sjabloon, of een eigen ingest-pipeline die eindigt op de stap Graph Store. Zonder pipeline leest de graaf geen bron.
Kies je het sjabloon dat met een model uitleest, dan vraagt het scherm om een Extractiemodel: het chatmodel dat uit elk stuk tekst de entiteiten en relaties leest. De graaf krijgt dan een eigen kopie van de pipeline met dat model erin; opslaan kan pas als het model is gekozen. De sjablonen die uit metadata of uit tabellen lezen, gebruiken geen model. Hun mapping is een voorbeeld: pas hem aan je schema aan met Verwerkingsstappen bewerken (De stappen bewerken).
Eronder staat de tekening van de stappen. Eindigt de pipeline niet op Graph Store, dan staat er de waarschuwing Geen Graph Store: er komt dan niets in de graaf, en Core weigert zo'n pipeline.
Uitgelezen bronnen en opnieuw uitlezen¶
Uitgelezen bronnen toont per bron de collectie, de status (In wachtrij, Bezig, Gereed of Mislukt), het aantal Feiten, een foutcode en het moment van de laatste wijziging. Zoek op titel of filter op status. De titel is een link naar de bron in haar collectie. Een bron die Gereed is met nul feiten, noemt niets wat het schema kent.
Een nieuwe bron in een aangevinkte collectie wordt vanzelf uitgelezen. In deze gevallen lees je zelf opnieuw uit:
| Wat je deed | Wat je doet |
|---|---|
| het Embedding-model of de pipeline gewijzigd | het scherm toont de melding Opnieuw uitlezen met een knop |
| een nieuwe schema-versie opgeslagen | Opnieuw uitlezen rechtsboven |
| een collectie aangevinkt waar al bronnen in stonden, of een filter gewijzigd | Opnieuw uitlezen rechtsboven |
| de oorzaak van mislukte bronnen weggenomen | Mislukte opnieuw proberen boven de lijst met bronnen |
Opnieuw uitlezen leest elke bron binnen bereik opnieuw. Terwijl een run loopt, staat er een balk Bronnen worden uitgelezen die vanzelf doortelt. Uitleesgeschiedenis toont de runs met hun voortgang en aanleiding.
Uitlezen met een model kost modeltokens voor elk fragment van elke bron, en opnieuw bij elke keer opnieuw uitlezen. Dat verbruik staat op Gebruik.
De graaf bevragen¶
Bevragen opent het vraagpaneel. Een vraag is een formulier, geen tekst: je begint bij entiteiten van een type en volgt tot drie relaties. Het antwoord zijn de paden die zo te lopen zijn.
- Kies onder Begin een type, en eventueel een naam. Zonder naam begint de vraag bij alle entiteiten van het type.
- Kies Stap toevoegen en vul de Relatie, de Richting (uitgaand, inkomend of beide) en eventueel Naar type in. Voeg tot drie stappen toe.
- Stel het Maximum aantal paden in en kies Uitvoeren.
Het resultaat toont het aantal paden en entiteiten, een tekening van het deel van de graaf dat de vraag bereikte, en de lijst Paden. Bij veel entiteiten toont de tekening alleen de eerste; de lijst met paden is volledig. Staat er dat het antwoord onvolledig is, dan heeft een limiet per stap of het maximum aantal paden het afgekapt: maak de vraag smaller.
Een model bevraagt een graaf niet hier maar via een zoektool waarvan de pipeline een graaf als bron heeft. Maak er een vanuit een sjabloon en kies daar de graaf; op het scherm van de zoektool staat de graaf dan onder Bronnen.
Een graaf verwijderen¶
Kies Verwijderen onder Graaf verwijderen. Dit verwijdert de graaf, al zijn schema-versies, entiteiten en relaties, en kan niet ongedaan worden gemaakt. De collecties en hun bronnen blijven bestaan. Werk zoektools die de graaf lezen bij voordat je hem verwijdert.
Labels¶
Gebruik Labels om grafen in te delen. Regels over Kennisgrafen in de policy van een sleutel bepalen op naam of op label welke grafen die sleutel, en een persoon, bereikt (Regels over een persoon). De standaardregels staan elke graaf toe. Zie ook Bouwen voor personen.
Lege lijsten en toegangsbeperkingen¶
Staat er links niets, dan heeft deze organisatie geen grafen.
Is kennis uitgeschakeld, dan staat Kennisbronnen indexeren en doorzoeken uit in het plafond van de organisatie. De beheerder van de organisatie erboven zet het aan bij Toegestane capabilities op Instellingen; voor een organisatie zonder bovenliggende organisatie doet je operator dat.